| Bowling spelregels |
|
|
|
Een spel (game) bestaat uit tien beurten (frames). In elke beurt mag je proberen om de tien pins om te gooien. Hiervoor mag je maximaal twee worpen gebruiken. Alle tien pins in één keer om is een strike (X). Hiervoor krijg je in die beurt 10 punten + het resultaat van de volgende twee worpen. Indien je alle tien pins met twee worpen omgooit, dan heb je een spare (/). Hiervoor krijg je ook tien punten, maar als bonus krijg je nu alleen de eerstvolgende worp er extra bij. Voor de rest telt elke omvergeworpen pin voor een punt en wordt de score per beurt doorgeteld. Zo kan een strike je dus 30 punten opleveren als je nog twee strikes na de eerste gooit. Bij een spare komt er maar 1 worp extra bij. Een spare kan dus maximaal 20 punten opleveren. Als je op de tiende beurt een strike of een spare gooit krijg je respectievelijk twee of één extra beurt om de extra punten voor de strike of spare te kunnen verdienen. Deze punten tellen dan maar alleen bij de strike of spare mee en worden niet nog eens extra bijgeteld. Op deze manier kan je dus 12 strikes gooien in 1 spel. Iemand die dit kan heeft een "perfect game" gegooid. Een perfect game is 300 punten (10 x 30) want de laatste twee strikes tellen enkel bij de tiende strike mee en niet nog eens extra. |




